Online Expositie: Onuitgesproken Lied

Omdat vanwege de maatregelen in verband met Corona de mogelijkheden tot portretfotografie op een laag pitje staan, dagen we elkaar ook op andere manieren uit. Zo hebben 11 fotografen, ieder op basis van onderstaand gedicht van Liesbeth Lagemaat zijn/haar interpretatie van het gedicht in een beeld gegoten.

Onuitgesproken lied

 

Ik zie je. Ik zie je in de nerf van het blad, waar een duizendvoudig

verkleind insectje overheen kruipt, niets houdt hem tegen, misschien 

 

het licht dat zijn pootjes schroeit, ik zal het blad bedruppelen en zal 

de stengel beschermen met mijn handen, ik zal de zwarte ragdunne 

 

pootjes van het blad naar mijn vingers voelen kruipen en mijn vingers 

zullen zeggen 'eigenlijk zijn wij het blad'. Ik zie je. Ik zie je in de druif 

 

die nog groen is, hier achter in de tuin, zo groen als Vlaamse druiven 

maar kunnen zijn in augustus. Ik weet je, daarbinnen. Het licht schijnt 

 

op je vlies. Ik zie je in de takken van de krulhazelaar, die zijn houten 

voelsprieten uitstrekt naar dat blauwe tentzeil, hierboven, het is dat 

 

mijn kijken te snel gaat want kon ik mij vertragen dan zou ik elke 

schok elke kronkeling elke golf elke boog van je arm, elke arabeske 

 

in lucht in blauw in niets in tentzeil, zou ik elke beweging kunnen zien 

ja ik zie je. Ik zie je in de blauwe grassen langs de vijver. Ik zie je in de 

 

donsvacht van de bijen, in de struik waar de lathyrus zich doorheen 

slingert op weg naar de hemel, die bestaat. Ik zie je. Ik zie je in het door-

 

schijnende paars van de erwtenbloempjes, brozer is je kelk dan alles 

wat ik ken, ik voel je. Ik neem je op met mijn oog niet met mijn hand 

 

ik draag je in me om, de zachtste woorden die ooit werden geboren zijn 

voor jou, ik voel je. Dat je bestaat in het hier en het nu, ik voel je. Dat je 

 

gedreven door wind gevoed door zon doordrenkt met het azuur van 

hierboven of van het water, alle vierkante meters druppel uit het vijvertje, 

 

dat je me weet dat je me hoort als ik je naam – Je komt niet terug. 

Je bent kapot. Ze hebben je verzonnen met een pak aan en een geweer 

 

over je schouder, je paste daar precies in dachten ze. Ik zie je in de nerf 

van het blad, het is datzelfde groen. Al het blad is in uniform vanaf 

 

vandaag. Ik voel je, ik noem je naam en ik kom klaar je bent de druif 

hier in de rank tegen de muur van het tuinhuis. Het is augustus en de zon 

 

beschijnt je vlies. Ik zie je, in alles voortaan ik zie je. Elke nacht kom ik 

klaar op je naam.

 

Liesbeth Lagemaat, uit 'Abri' (2018) ,  de cyclus 'Soldatenvrouw'

Copyright  Liesbeth Lagemaat